Pinus sylvestris

Nederlands:
Grove den
Français:
Pin sylvestre
English:
Scots pine
Deutsch:
Waldkiefer
Familie:
Pinaceae
Areaal
Europa, Noord-Azië
Type
Conifeer
Groenblijvend of Blad-/naaldverliezend
Groenblijvend
Boomgrootte
1e grootte A

10 - 30 m (tot 40 m)

Groeisnelheid
Snel Gemiddeld Traag
     
Levensduur
Korte levensduur Gemiddelde levensduur Lange levensduur
     
Korte levensduur = bomen met een climax bij 60-80 jaar
Gemiddelde levensduur = bomen met een climax bij 120-150 jaar
Lange levensduur = bomen met een climax bij meer dan 150 jaar
Kroonvorm
Rond

als jonge boom kegelvormig, later meer grillige kroon

Kroonbreedte
< 3 meter 3-5 meter 5-10 meter 10-15 meter > 15 meter
         
Kroondichtheid
Dichte kroon,
donkere schaduw
Half open kroon Open kroon,
lichte schaduw
     
   
Onderscheidende determinatiekenmerken
Belangrijkste botanische kenmerken:

Naald
In bundels van twee, 3 tot 7 cm lang, blauwgroen, halfcirkelvormig in doorsnede, met rijen huidmondjes zodat er een grijze schijn ontstaat. De naalden zijn vaak gedraaid rond de as, stijf, een weinig stekelige top, naaldschede 0,8 cm. De naalden blijven 2 tot 3 jaar op de twijg.

Bloeiwijze
Bloei eind mei begin juni, mannelijke bloemen in kegels aan de voet van de scheuten, rondom de twijg, geelachtig. De vrouwelijke bloemen zitten in kegels aan de top van de scheuten en zijn donkerrood.

Vrucht
Kegel, 3 tot 6 cm lang, geelbruin bij rijpheid, kort gesteeld, met afgeronde basis. De zaden zijn meestal zwart met een 1,5 cm lange vleugel die ongeveer 3 keer zo lang is als het zaadje.

Twijgen en knoppen
De twijg is kaal en grijs. De knoppen zijn lang eivormig, zonder hars met teruggeslagen schubben aan de top.

Schors
De schors is bij oudere bomen bovenaan de stam oranjeachtig en niet zo ruw, onderaan is ze dikker, grijsbruin en schubbig met diepe groeven.

Onderscheid met Zwarte den (Pinus nigra):
- roodbruine ipv zwartbruine schors (vooral zichtbaar op jongere takken)
- kortere naalden
- grilliger groeivorm (kroonvorm van oudere bomen is meer als een loofboom ipv de typische kegelvorm van veel naaldbomen)