Fagus sylvatica

Nederlands:
Gewone beuk
Français:
Hêtre commun
English:
Common beech
Deutsch:
Gemeine Buche
Familie:
Fagaceae
Areaal
West- en Midden-Europa tot de Kaukasus
Type
Loofboom
Groenblijvend of Blad-/naaldverliezend
Blad-/naaldverliezend
Boomgrootte
1e grootte A

25-35 m gemiddeld. Tot meer dan 40 meter hoog met grote, koepelvormige kroon op goede standplaatsen. In bosverband is de stam cylindrisch en onvertakt over een grote lengte.

Groeisnelheid
Snel Gemiddeld Traag
     
Levensduur
Korte levensduur Gemiddelde levensduur Lange levensduur
     
Korte levensduur = bomen met een climax bij 60-80 jaar
Gemiddelde levensduur = bomen met een climax bij 120-150 jaar
Lange levensduur = bomen met een climax bij meer dan 150 jaar
Bewortelingstype
Eerder diepwortelend Eerder vlakwortelend
   

Heeft veel wortels aan de oppervlakte zodat onderbeplanting weinig kans krijgt

Kroonvorm
Rond

Breed ovaal tot ronde kroon

Kroonbreedte
< 3 meter 3-5 meter 5-10 meter 10-15 meter > 15 meter
         
Onderscheidende determinatiekenmerken
Belangrijkste botanische kenmerken:

Blad
Verspreide bladstand; ovaal-elliptisch met spitse top, 6-10 cm lang. Bladrand zeer ondiep gegolfd en gewimperd. Bij het uitkomen zijn de bladeren donzig, zacht en lichtgroen, later worden ze donkergroen, glimmend en enkel behaard op de nerf. De bladeren bladeren van de Beuk blijven vaak in de winter op de jonge bomen staan.

Bloeiwijze
Bloei in april-mei, bij het uitkomen van de bladeren. Eénhuizig, mannelijke bloemen aan de voet van de jonge scheuten tussen de knopschubben met 20 bijeen in hoofdjes op een slap steeltje, vrouwelijke bloemen op het uiteinde van de jonge scheuten in de vorm van een verhoogde bloembodem waarin zich meestal twee bloempjes bevinden die hun stempels buiten het omhulsel steken. De bestuiving gebeurt met de wind.

Vrucht
Meestal 3-hoekige noten in een 4-lobbig, houten omhulsel bezet met stekels, bruin, 2,5 cm lang, springt met vier kleppen open. Zaadjaren (met veel bloei- en zaadzetting) komen maar om de 5 tot 12 jaar voor. Beukennootjes zijn eetbaar, maar zouden bij overmatige consumptie aanleiding kunnen geven tot vergiftigingsverschijnselen omwille van blauwzuur.

Twijgen en knoppen
De twijgen zijn dofbruin met lenticellen en voorzien van vele kortloten. De knoppen zijn lichtbruin, opvallend lang en spits, afstaand en voorzien van vele schubben.

Schors
Dun, glad en grijs.