Salix caprea

Nederlands:
Boswilg
Familie:
Salicaceae
Areaal
Inheems en algemeen in Vlaanderen. De Boswilg komt voor in Europa tot gematigd West-Aziƫ.
Type
Loofboom
Groenblijvend of Blad-/naaldverliezend
Blad-/naaldverliezend
Boomgrootte
2e grootte

De Boswilg kan als boom ongeveer 10 meter hoog worden, maar is meestal struikvormig.

Kroonbreedte
< 3 meter 3-5 meter 5-10 meter 10-15 meter > 15 meter
         
Onderscheidende determinatiekenmerken
Belangrijkste botanische kenmerken:

Blad
Verspreide bladstand, 6 tot 10 cm lang, elliptische vorm, de punt van het blad is doorgaans wat scheef afgebogen. Bovenzijde is donkergroen en kaal, onderzijde is blijvend grijsviltig behaard met uitgesproken nervatuur. De bladrand is licht gegolfd en gaaf. Steunblaadjes zijn halfhartvormig, meestal groot.

Bloeiwijze
Hij bloeit voor het uitlopen van de bladeren in maart-april met dikke, gele, geurende mannelijke katjes, en slanke, groene vrouwelijke katjes op de vrouwelijke planten. Hij is een zeer vroege bloeier.

Vrucht
Doosvrucht met zeer kleine zaadjes voorzien van een haarkuif.

Twijgen en knoppen
Knopschub kort behaard, kaal wordend.

Schors
Vaak met ruitvormige openingen.